Zeezicht en strand

Wij hebben al veel mensen verteld oven onze plannen om naar La Palma te emigreren. Niet iedereen kan zich een voorstelling maken van dit mooie eiland. Een paar terugkerende vragen waren: Heb je zeezicht? Hoe zit het met de stranden? Kan je vanuit jullie huisjes lopend naar het strand?

Over de eerste vraag kunnen we kort zijn. Als het lukt om geen zeezicht te hebben op La Palma heb je zicht op de oude vulkaanrug in het midden van het eiland en hoef je je alleen maar om te draaien.

De stranden op La Palma zijn niet zo talrijk als op de meer bekende Canarische Eilanden. De kust is steil en heeft weinig platte stukken die geschikt zijn voor grote stranden. Omdat het eiland vulkanisch is zijn de meeste stranden zwart. Behalve bij Santa Cruz, waar speciaal voor de toeristen het strand opgehoogd is met saharazand. Wij zijn geen strandgangers, en zeker niet van het type zonaanbidders. Wel vinden we het heerlijk om bij het geluid van de golven een terrasje te pakken of verse vis te eten. Als je naar het strand wilt ontkom je er meestal niet aan dat je een flink stuk naar beneden moet rijden en vaak ook nog lopend een behoorlijke afstand moet overbruggen.

Hieronder een rondje La Palma met (ons bekende) stranden. We beginnen in het Noorden, tegen de klok in.

In het noorden van zijn vrijwel geen stranden. Meestal loopt de kust daar de laatste paar honderd meter steil naar beneden. In het noordwesten, tussen Puntagorda en La Punta zijn een paar kleine strandjes. Het is wel een uitdaging om deze strandjes te bezoeken. Je rijdt met de auto zo ver als je kunt naar beneden. Daarna loop je met je parasolletje en picknickmandje verder naar beneden. Op de meeste plekken betekent dit zo’n 200 meter hoogteverschil naar beneden via trapjes en rotspaden. Als je beneden bent hoop je dat de wind niet vanuit zee waait, anders ben je waarschijnlijk nat voordat je de zee bereikt hebt. Ook moet je je realiseren dat je na het strandavontuur dezelfde 200 meter weer omhoog moet klauteren. Ervaren strandgangers waarschuwen alvast dat je ook voor de terugweg voldoende water moet meenemen.

In het westen, ten zuiden van La Punta, zijn meer stranden die makkelijk met de auto te bereiken zijn. In Puerto de Tazacorte is een mooie golfbreker gemaakt waardoor je veilig kunt zwemmen. Nog steeds is het belangrijk om wat afstand tussen de zee en je handdoek te houden. Soms kunnen er ineens hoge golven langskomen die jou en je picknickmandje meenemen. Iets zuidelijker in Puerto Naos, zijn meerdere stranden waar het op zondagen lekker druk kan zijn met hele families die een dagje naar zee gaan. Dit is ook de enige plek aan de zonnige westkust waar het wat drukker is met toeristen, er staat zelfs een ruim opgezet hotelcomplex. Na het hotelcomplex wordt de kust al snel rustiger en even ten zuiden van Puerto Naos houden de strandjes op maar is het voor rustzoekende toeristen prima aanschuiven bij de lokale bevolking op de kleienstrandjes van La Bombilla en El Remo.

Verder naar het zuidwesten zie ik op de kaart nog meer kleinere strandjes. Ooit ergens koffie gedronken onderweg, daar moeten we in de toekomst nog eens vaker langs.

Om de zuidelijke bocht van het eiland ligt op hoogte het dorpje Fuencaliente. De rotsige kust biedt niet veel meer dan droge kale vulkaantopjes en zoutvelden. Een verlaten ruigte die het best is te vergelijken met Mordor uit Lord-of-the-rings.

Aan de zuid-oostkant zijn een paar kleine strandjes die via smalle kronkelweggetjes te bereiken zijn. Aan het eind van een van deze kronkelweggetjes ligt Playas Arenas Blances, een klein vissersdorpje met een vuurtoren en een leuk restaurantje. Hier hebben we al een aantal keer wat uurtjes doorgebracht op weg naar de luchthaven als we de late vlucht terug hadden. Lekker verse vis eten voordat de terugreis begint.

Aan de oostkant, in het midden van het eiland ligt de luchthaven met daarnaast de hoofdstad van het eiland, Santa Cruz. Hier staan ook enkele grotere hotelcomplexen. Zeker in Santa Cruz is de laatste jaren gebouwd aan een royaal strand. In alle jaren dat wij op La Palma komen, zijn wij slechts 1 keer op dit strand geweest. Op en of andere manier heb ik altijd het idee dat dit deel van het eiland een beetje in de schaduw van de berg staat. Misschien komt het ook omdat er aan deze kant bijna altijd wolken tegen de berg hangen, die er voor zorgen dat de zon al aan het eind van de middag is vertrokken.

Verder in het noordoosten is vanwege de noordoosten wind de golfslag zo sterk dat strand bijna geen optie is. Bij Charco Azul is (met Europese subsidie) een klein strandje ontstaan door een heleboel grote betonblokken in zee te gooien als een soort baai. Het is er vaak erg rustig. Er zijn in die omgeving ook een aantal zwembaden uit de rotsen gehakt waar je zonder al te hoge golven kunt zwemmen. De mooiste zijn in San Andres en in het noord-oostelijke puntje van het eiland in La Fajana. Beide prima plekken voor een plons in zee en zeker in la Fajana voor een café cortado onder de parasol.

En dan de vraag of je vanaf ons toekomstige huis naar het strand kunt lopen. Dat is mogelijk maar dan is het niet handig om veel strandspullen mee te nemen. Onze huisjes liggen op zo’n 550 meter boven zeeniveau. Het grondstuk waarop we onze huisjes gaan bouwen ligt aan één van de grote wandelroutes van het eiland, en je kunt de wandelroute makkelijk volgen naar Puerto de Tazacorte. In december hebben deze wandeling voor het eerst gedaan. Eerst naar de kraterrand met schitterend uitzicht over het dal rond Los LLanos de Aridane. Daarna volgt de afdaling. Rechts het boerenland rond La Punta met de bananenplantages, links de kraterrand met een steile afgrond. Het laatste stuk gaat via haarspeldbochten met beneden het uitzicht op zee en ver beneden het strand en de haven van El Puerto. Geen aanrader als je veel last hebt van hoogtevrees, maar het pad is eigenlijk prima, voldoende breed en omgeven door muurtjes van rotsblokken. Na een afdaling van anderhalf uur ben je beneden en sta je midden op de boulevard, aan het strand en tussen vriendelijke terrasjes. Uitpuffend onder een parasol kijk je terug tegen de steile helling waar je vandaan bent gekomen. Dan smaakt het biertje extra goed. Als de zon in de zee zakt zijn er in El Puerto een paar aardige restaurantjes voor tapas of verse vis, en daarna lekker met de bus terug naar La Punta. Bus gaat elk uur en kost €1.50, een koopje in vergelijking met een pittige wandeltocht terug omhoog!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *